Bloemaanleg trayopkweek 2014 gestart

In week 35 (25 tot 31 aug) heb ik wat plantmapping gedaan op het ras Clery. In elke plant vond ik de bloemaanleg in stadium 3 of iets hoger. Dat betekend dat de bloemaanleg al 4000 gdh bezig is, dat is 16 dagen geleden. Het aanhoudende regenachtige donkere weer na 8 augustus heeft ervoor gezorgt dat de bloemaanleg geinduceerd is.

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

Doorontwikkeling natrossen doorteelt verloopt voorspoedig

De natrossen van de doorteelt ontwikkelen ten gevolge van het geweldige zonnige weer erg goed. Vorig jaar hadden we nog te maken met een achterblijvende groei van de 2e natros. Hierdoor kwamen er te weinig trossen tevoorschijn. Nu zien we een mooie gelijkmatige ontwikkeling van de natrossen.
De strekking verloopt ook sneller dan in 2013. In 2013 was het nodig om ongeveer 90 uur te belichtten met 10 watt-m2 en in 2014 is 80 uur vaak voldoende.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Met Plantmapping meer inzicht in de teelt van doordragers.

Met plantmapping meer inzicht in de teelt van doordragers.
Ing Toon Melis, adviseur Hortinova.

Waarom is er interesse voor doordragers?
Er zijn meerdere ontwikkelingen in de Nederlandse aardbeiteelt gaande waarin de inzet van doordragende variëteiten mogelijk een oplossing gaan bieden.
Het glasareaal in totaal, maar ook per bedrijf neemt nog steeds toe. Spreiding in productie is vanwege arbeid en afzet gewenst. De combinatie van vroege rassen zoals bijv. Clery en Sonata met als nateelt een doordrager is een mogelijkheid die spreiding te realiseren.
De stellingtelers zoeken naar een kostprijsverlagende teeltmethode, mogelijk te realiseren met doordragers.
Alle afzetorganisaties zijn zoekende naar een variëteit die onderscheidend is ten opzichte van de huidige rassen, mogelijk komen we uit bij een doordrager.

Eigenlijk biedt de teelt van doordragers de meeste perspectieven voor een verbetering in zowel de kwali- als kwantiteit voor onze aardbeiteelten. Helaas is de vruchtkwaliteit van de meeste rassen vaak ondergeschikt aan de huidige korte dag rassen zoals bijv Elsanta en hebben we nog te weinig kennis van de plantfysiologische processen van een doordrager. Door veredeling, maar ook door selectie van buitenlandse rassen is de speurtocht naar een goed smakende en producerende variëteit ingezet.

Plantfysiologie van doordragers is moeilijk te verklaren.
Plantfysiologische processen, zoals bloemaanleg, rankvorming en zijneusvorming, zijn bij doordragende rassen nog moeilijker te verklaren dan bij de junidragers.
Junidragers gaan bij korter wordende dagen van rankvorming over naar zijneusvorming en tenslotte over op bloemaanleg. Een hogere temperatuur kan dit proces iets verlaten.
Doordragers leggen onder Nederlandse omstandigheden bij langere dagen en wat hogere temperaturen bloemen aan, daarom worden doordragers soms wel eens lange dag planten genoemd. Plantmateriaal wat in het najaar opgekweekt is heeft al een aantal bloemen aangelegd. Als de planten na de bewaring in koelcel opgeplant worden blijft de plant gedurende een langere tijd vegetatief, splitsen de groeipunten alleen blad af en legt ze geen bloemen aan. Hierdoor ontstaat de produktiedip tussen de ‘winterbloemen’ en de nieuw gevormde bloemen. Variëteit, plantgrootte en hoeveelheid koude bepalen hoe lang de dip zal zijn. Tijdens de teelt hebben we onder Nederlandse omstandigheden met sterk wisselende omstandigheden te maken. Temperatuur, straling en luchtvochtigheid variëren sterk.

Om de teelt met doordragers te optimaliseren onder Nederlandse omstandigheden is het belangrijk om van geschikte (smaak, opbrengst) variëteiten te weten welke groeiomstandigheden (daglengte x temp) de bloemaanleg en vegetatieve doorgroei bepalen.
Uit deze kennis leren we bijvoorbeeld dat een week met vorst/koude in april de productie van doordragers met 2 weken verlaat.
De tijd tussen bloemaanleg en bloei is 18.000 groeigraaduren (60-90 dagen). Omdat het Nederlandse weer echter zo grillig is hebben we continue te maken met wisselingen tijdens het groeiproces. Plantfysiolgisch kunnen we heel moeilijk 90 dagen terug evalueren.

Kort op de bal spelen met plantmapping.
Met een binoculair zijn de plantfysiologische ontwikkelingen nauwkeurig te volgen. De eerste bloemaanleg na het planten van frigomateriaal kan onder de diverse omstandigheden (daglengte, temperatuur en bladoppervlakte) bestudeerd worden, immers na 1500-2000 gdh na start bloemaanleg is het eerste bloemstadium al te zien. Ook de mate van rank- en zijneusvorming is te zien. Ook is in een vroeg stadium al te zien of de plant op 1 neus wil verder groeien of dat ze juist graag veel zijneuzen maakt. Met daglengte, temperatuur of bemesting kunnen we dan in een vroeg stadium wat bijsturen.
Later in de teelt kan het zijn dat een variëteit heel generatief wordt. Normaal loopt een okselknop uit en vormt 2 of 3 blaadjes en sluit dan af met een bloemtros. Er zijn echter variëteiten die al vrij snel generatief worden, dat wil zeggen 1-2 blaadjes maken en dan afsluiten met een bloemtros. Het kan zelfs desastreus worden als een okselknop uitloopt en zonder een blad te vormen een bloemtros aanmaakt. Er blijft dan geen nieuw groeipunt over en zal de plant doodbloeien zonder vegetatief herstel.
Door erg kort op de bal te spelen, door wekelijks de planten door plantmapping in kaart te brengen kunnen we processen begrijpen en wellicht nog beïnvloeden.

Oogstprognose door plantmapping.
Naast het begrijpen van de groeiprocessen kunnen we ook nog de oogst prognosticeren. We weten immers het aantal trossen wat zich in de plant bevinden en in welk stadium die zijn. Ruim van tevoren kan de eerste oogst geprognosticeerd worden. Daarna kan globaal de productie ingeschat worden als we de raseigenschappen (vruchtgrootte, trosgrootte) kennen.

Tekening geeft inzicht in de opbouw van de plant.
Een overzichtelijke tekening geeft meer inzicht in de plantfysiologische ontwikkeling van de variëteit. Bij een juiste systematiek kunnen we elk blad en tros een naam geven en achteraf teelthandelingen evalueren.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Doordragers zijn lange dag planten

Op diverse plaatsen worden doordragers voorgetrokken om de eerste oogst te vervroegen. Verder kunnen we met voortrekken het “gat”tussen de winterbloemen en de voorjaarsaanleg wat verkleinen. Omdat de planten langedag planten zijn is cyclische belichting een mogelijkheid. De daarbij behorende temperatuur moet liefst boven de 10C liggen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Bladmaaien in trayopkweek.

Tijdens de opkweek van trayplanten werken we aan een zo uniform mogelijk eindprodukt. Tijdens een lezing van Rien van de Bighelaar (Hortinova) werd zijn proef tijdens de opkweek van 2010 besproken. Hij had zijn trayopkweek afgemaaid op 11 cm boven de trayplaat op 20 augustus 2010. Op 6 oktober 2010 heb ik na plantmapping de volgende conclusies getrokken:

De planten die niet afgemaaid zijn hadden gemiddeld 360 cm2 blad en de gemaaide 220 cm2.  De niet afgemaaide planten hadden duidelijk wat beter ontwikkelde zijneusjes gemaakt.  De niet-afgemaaide planten waren iets verder in ontwikkeling. Opvallend was dat de planten met meer cm2 bladoppervlakte (niet-maai) onder de natrossen 2 blaadjes hadden aangelegd. Planten met een (te) klein bladoppervlakte maken minder energie aan (LAI x Lichtsom) waardoor er vaak 3 blaadjes onder de 2e natros worden aangelegd. Hierdoor heb je meer spreiding tussen de trossen. Glastelers zien dat als iets positiefs voor het verlagen van de plantbelasting in het (donkere) najaar. De middenoogst komt daardoor wel iets vroeger te liggen waardoor vaak een lagere middenprijs ontstaat. Het is een kwestie van rekenen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De geboorte van Plantmapping.nl

Op dit moment wordt er hard gewerkt aan plantmapping.nl.
Binnenkort vind u hier meer informatie over bloemonderzoek.

Hou het in de gaten!

Posted in Uncategorized | Leave a comment